Gedragsproblematiek

Om te kunnen leren en om je te ontwikkelen zijn er allerlei stappen nodig.
Deze stappen of ontwikkelingen kunnen we goed zien bij de stappen naar schoolrijpheid.
Als er bij een van deze stappen een blokkade optreedt dan is de kans groot dat er leerproblemen ontstaan.
Als deze blokkades niet worden verholpen en deze persoon zich niet gehoord of gezien voelt is er een grote kans dat er gedragsproblemen ontstaan.
Deze gedragsproblemen kunnen natuurlijk ook voordat je naar school gaat ontstaan, leren doe je niet alleen op school. Het hele leven is leren.
Voor dat leren hebben we allerlei ingrediënten nodig zoals op het filmpje van groeien naar schoolrijpheid te zien is.

Maar gedrag (ook probleem gedrag) heeft altijd een oorzaak en een functie. Daarom is het belangrijk om goed na te gaan wat de oorzaak van het probleem is.

Leerproblemen

De invloed van leerproblemen op de werkhouding en het gedrag is vaak groot. Het kan heel frustrerend zijn als het steeds niet lukt op school of ergens anders.
Als iemand steeds onvoldoendes haalt of dat je ander werk krijgt dan de rest van de groep dan frustreert dit. In de groep is het vaak al moeilijk voor deze kinderen maar zeker het extra werk en het vele oefenen (let ook op huiswerk) wordt al gauw ervaren als overbelasting. Deze overbelasting kan van een leerprobleem overgaan naar een gedragprobleem. Hieronder staan een aantal korte omschrijvingen van de diagnoses die gesteld worden door specialisten. Deze diagnose kan ik niet wegnemen maar wel zoveel mogelijk de leerproblemen die hierdoor ontstaan of zijn ontstaan.

Achterliggend idee

In grote lijnen komt het erop neer dat leer -, gedrag – en ontwikkelingsproblemen in verband kunnen worden gebracht met de samenwerking tussen beide hersenhelften. Of het nu om leer- of gedragsproblemen gaat, het zijn verschillende symptomen van één en hetzelfde probleem: de linker- en rechterhersenhelft werken niet goed samen. Er bestaat zelfs een officiële term voor ‘Functional Disconnection Syndrome’. Dit houdt in dat gebieden in de hersenen, en dan met name de twee hersenhelften in onbalans zijn. Hierdoor wordt de mogelijkheid van de twee hersenhelften om informatie op te nemen, te delen en te verwerken beperkt. Nu kan het brein niet als een geheel functioneren. Het resultaat is dat een kind met breinonbalans wel kan beschikken over voldoende capaciteiten in de ene hersenhelft, maar belemmerd wordt in de ontwikkeling door de zwakkere hersenhelft. De oorzaak is vaak dat één hersenhelft vanaf jongs af aan zich sneller ontwikkelt dan de andere hersenhelft. Het brein raakt functioneel uit balans. Als je deze onbalans weg haalt door de zwakke hersenhelft te versterken, verdwijnen de problemen. Dit gebeurt via onze aanpak.

ADHD

Kinderen met ADHD hebben moeite met het verwerken van nieuwe en complexe informatie. Ze vinden het moeilijk om informatie in het geheugen te houden om een taak te voltooien.

Autismespectrumstoornissen (ASS)

Het verbaal korte termijn geheugen is het zwakste bij kinderen met ASS. Deze kinderen vinden het moeilijk om te bepalen welke taak het eerste moet worden afgerond. Hun werkgeheugen raakt overbelast en daardoor worden taken niet goed afgerond.

Dyscalculie

Kinderen met dyscalculie hebben een zwak visueel- ruimtelijk werkgeheugen.

Dyslexie

Kinderen met dyslexie hebben een trage verwerkingssnelheid van vooral talige informatie. Dit heeft te maken met een algemeen automatiseringsprobleem. De prestaties van deze kinderen nemen dan ook zichtbaar af bij meerdere taken en het werken onder druk. Kinderen met dyslexie hebben een zwak verbaal werkgeheugen, maar wel een gemiddeld visueel- ruimtelijk werkgeheugen.

NLD

Kinderen/mensen met NLD zijn verbaal heel sterk (kunnen heel goed praten) en hebben vaak een goed geheugen. Ze weten alles goed te verwoorden en hebben een grote woordenschat. Ze hebben moeite met het snel begrijpen van informatie die ze visueel (door te kijken) waarnemen. Maar hun problemen liggen ook op het gebied van de motoriek (het bewegen) en op het sociale gebied (omgang met andere kinderen)